Plaatsen in het leven van Michael Ende
- Mariska

- 25 jan
- 7 minuten om te lezen
Michael Ende is de man achter Het Oneindige Verhaal, Momo en de Tijdspaarders en vele kinderseries die vroeger op televisie te zien waren, zoals Jim Knoop of WunschPunsch (waarvan het Nederlandstalige boek 'De Toverdrank' heet). Zijn verhalen zijn geliefd over de hele wereld. Vandaag nemen we een kijkje in het leven van deze auteur om zijn inspiratiebronnen te achterhalen voor deze klassiekers uit de (jeugd)literatuur.

De boeken van Michael Ende
Het meest beroemde boek van Michael Ende is waarschijnlijk wel Het Oneindige Verhaal, misschien beter bekend met de filmtitel The Neverending Story. Het verhaal gaat over Bastian die in een boekwinkel een wel erg bijzonder boek vindt. Wanneer hij erin begint te lezen, wordt hij één met het verhaal van Artreyu, een dappere krijger van de Paarse Buffel-stam. Hij is uitverkoren om de wereld waarin hij leeft, Fantasia, te redden van het Niets dat de wereld opslokt. Maar ook hij is nog maar een jongen. Op zijn reis komt hij bijzondere figuren tegen. De twee verhaallijnen van Artreyu en Bastian worden op een bijzondere manier met elkaar verweven. Een ander bekend verhaal van Michael Ende is het boek Momo en de tijdspaarders. Dit boek staat al een paar jaar achter elkaar op de lijst van de Grote Vriendelijke Honderd waar we het wel eens over gehad hebben. Velen zijn het erover eens dat het een absolute jeugdklassieker is. Het meisje Momo woont helemaal alleen buiten de stad, tot de Tijdspaarders de stad in komen en iedereen in hun macht krijgen, behalve Momo. Michael Ende heeft nog meer mooie, bijzondere jeugdverhalen op zijn naam staan, maar deze zijn soms vrij moeilijk te verkrijgen in het Nederlands of Engels, dus we focussen even op bovenstaande twee boeken. Deze zijn ook het meest bekend in Nederland.

Michael Ende in Duitsland
Michael Ende werd op 12 november 1929 geboven in Garmisch-Partenkirchen, een stadje in de Duitse Alpen. Zijn vader, Edgar Ende, was een schilder uit Hamburg. Hij vond Garmisch 'geen plaats voor een kunstenaar' en het gezin verhuisde naar München in 1931. Een van de buren die de familie Ende in München leerde kennen, was een excentrieke schilder genaamd Fanti die de kinderen in de buurt verhalen vertelde. Hij was een grote inspiratiebron voor de toen nog kleine Michael. Ook andere buren maakten een goede indruk. Er woonde een circusfamilie in het huis naast de Endes en de kinderen leerden goocheltrucs en acrobatiek. Een van de eerste verhalen die Michael Ende publiceerde, ging ook over een goochelaar. Michael Ende groeide op in een wereld van kunst en spiritualiteit. De fantasiewereld van zijn vaders schilderijen maakte een blijvende indruk op hem en hij werd omringd door kunstenaars en schrijvers. Hij had goede gesprekken met zijn vader over religie en filosofie en ook bespraken ze verschillende religies. Op jonge leeftijd begon Michael met het schrijven van poëzie en zijn familie steunde hem hierin. Toen de oorlog woedde in 1936, mocht Edgar Ende zijn werk niet meer tentoonstellen, veel van zijn collega's en vrienden van de familie werden gearresteerd. Tijdens de luchtaanvallen in 1943 was Michael Ende op bezoek bij zijn oom in Hamburg waar hij middenin de luchtaanvallen terecht kwam. Eenmaal weer veilig thuis in München, schreef hij zijn eerste gedicht. Echt veilig was het echter niet, want ook in München waren luchtaanvallen. Veel van het werk van Edgar Ende werd verwoest, Michael keerde naar een kosthuis in zijn geboorteplaats Garmisch-Partenkirchen waar zijn interesse in poëzie groeide. Hij schreef zelf gedichten maar bestudeerde ook verschillende stijlen en poëtische bewegingen, ook al was veel moderne poëzie verboden. De Romantische dichter Novalis, en met name diens gedicht Hymns to the night maakte een blijvende indruk op hem.

Na de aanvallen verhuisde Michael samen met zijn moeder naar Solln, terwijl zijn vader korte tijd gevangen gehouden werd door de Amerikanen. In 1945 verhuisde de familie naar Schwabing en een jaar later kon Michael Ende zijn school afmaken in Stuttgart. Ende was geïnteresseerd in kunst en cultuur en zijn wereldbeeld werd geschapen door zijn ervaringen in de oorlog, de antroposofie van Rudolf Steiner (een samenhang tussen de mens en de geestelijke wereld) en mystiek.
Tijdens zijn studie ontdekte hij een voorliefde voor de poëzie van Rainer Maria Rilke en begon hij met acteren in Stuttgart's America House. Niet alleen speelde hij verschillende toneelstukken, ook schreef hij ze zelf. In 1947 werd zijn eerste tekst gepubliceerd in Esslingen's regionale krant met de titel Der Gaukler (de goochelaar). In 1948 ging hij studeren aan de Otto Falckenberg Schule voor theaterkunst in München en na zijn opleiding kwam hij bij een reizend provinciaal toneelgezelschap terecht waaar hij op geïmproviseerde podia acteerde in kleine rollen. Nooit kreeg hij de grotere rollen waar hij van droomde. Hij bleef zichzelf echter onderwijzen en raakte gefascineerd door het werk van Bertold Brecht en dan met name diens ideeën over episch theater, waarin taal en afstand tot de personages centraal staan.

In de jaren vijftig keert Ende terug naar München, maar het lukt hem niet door te breken als toneelschrijver. Zijn toneelstuk Sultan hoch zwei werd afgewezen. Tegerlijkertijd verslechterd ook zijn persoonlijke leven: zijn vader verlaat het gezin. Wel ontmoet hij in 1952 zijn toekomstige vrouw Ingeborg Hoffmann. Zij was actrice en geloofde sterk in de kracht van het gesproken woord. Ze werd Michael Ende's inspiratiebron en sparringpartner. Via haar kwam Ende terecht in de wereld van het politiek-literair cabaret. Hij schreef sketches, monologen en regisseerde toneelstukken. Hij raakte in een creatieve crisis door zijn geloof in de denkbeelden van Brecht: het idee dat kunst een didactisch, politiek doel moest dienen. Maar uiteindelijk brak hij met dit idee en zag hij literatuur liever als een spel tussen auteur en lezer. In dezelfde tijd kreeg Michael Ende weer contact met zijn vader, en de goede gesprekken tussen hen keerden ook weer terug. Ze praatten over symboliek en verbeelding en deze gedachtewisselingen en zijn reizen naar Italië zorgden voor een nieuwe kijk op literatuur die uiteindelijk voor zijn grote succes zou zorgen.
Michael Ende in Italië
In 1956 reisde Michael Ende af naar Italië waar hij een aantal maanden verbleef. In Palermo zag de canastorie - traditionele Italiaanse verhalenvertellers. Er had zich een menigte gevormd en iedereen luisterde ademloos naar de Siciliaanse verhalen die gezongen en verteld werden. Deze manier van verhalen vertellen inspireerde Michael Ende enorm.

In 1960 kwam Ende's literaire doorbraak met het boek Jim Knopf und Lukas der Lokomotivführer, in het Nederlans Jim Knoop en Lucas de machinist. Dit boek had geen planning, Ende begon met de eerste twee zinnen, en enkele maanden later had hij plot pas bedacht. Het succes van het boek bevestigde zijn overtuiging dat literatuur een spel was waarvan de lezer uitgenodigd wordt om mee te spelen. In 1970 verhuizen Michael en zijn vrouw naar Italië, een olijfgaard in Genzano, 25 kilometer ten zuiden van Rome. Het huis lag in de Valle dei Spiriti Beati (de vallei der gezegende geesten, vrij vertaald) en ze noemden het huis Casa Liocorno, oftewel het Eenhoorn Huis. Ze woonden hier samen met een mooie verzameling honden, katten en schildpadden. In Genzano schreef hij het grootste gedeelte van zijn volgende boek, Momo, dat in 1973 gepubliceerd werd. De verhuizing naar Italië kwam door de koude winters in Duitsland en door de kritiek op fantasy verhalen die in Duitsland heerste. Er was in die tijd een sterke kritiek jegens het escapisme. Boeken moesten sociaal of politiek zijn en fantasy verhalen werden afgedaan als 'puur escapisme'. Ende werd het beu om zichzelf te moeten verantwoorden naar zijn vrienden, en in Italië waren deze opvattingen er niet. Kwaliteit is het belangrijkste, is wat ze in Italië zeiden. Deze artistieke vrijheid die hij voelde in Italië was een grote reden om naar Italië te verhuizen.
Het grootste succes kreeg Michael Ende bij het boek Der Unendliche Geschichte, of Het Oneindige Verhaal in de Nederlandse vertaling, dat in 1979 verschijnt. Al zijn eerdere inspiratiebronnen komen hier samen: theater, mystiek, spel, verlies en verbeeldingskracht.
Het begon met een klein plotidee dat Ende in een schoenendoos bewaarde met zijn andere verhaalideeën. De synopsis was: "een jongen pakt een boek op, bevindt zichzelf letterlijk in het verhaal en heeft moeite er weer uit te komen."
Toen zijn redacteur in Genzano langskwam om te informeren naar een nieuw boek, liet Ende dit zien en de uitgever was akkoord met het verhaal. Ende ging ervanuit dat het een vrij simpel verhaal zou worden. Het schrijfproces duurde en duurde voort, want, zoals Ende schreef: "Jonge Bastiaan Bux weigert Phantasia te verlaten en het was zijn plicht als auteur om hem te volgen op zijn reis. Niet alleen Bastiaan, ook Michael Ende moest een weg uit Phantasia zien te vinden, hij had moeite de wereld te verlaten die hij zelf had gecreërd.
In 1979 weten Michael Ende en Bastiaan met behulp van de Auryn Phantasia te verlaten en het boek werd gepubliceerd.

Hij werd steeds beroemder, fans bezochten zijn huis in Genzano en ondertussen bleef hij schrijven. Zo werkte hij aan een theaterproductie The Hunting of the Snark naar het nonsensgedicht van Lewis Carroll en meerdere theaterstukken, fantasyverhalen en boeken voor volwassenen. Daarnaast won hij verschillende prijzen voor zijn boeken, zoals bijvoorbeeld de Roterrdam Literary Prijs voor Het Oneindige Verhaal. In 1985 overlijdt Ingeborg Hoffmann, Michael Ende's vrouw plotseling. Hierna heeft Ende weinig zin om in hun huis te blijven wonen, en na 14 jaar in Italië, verhuist hij terug naar München waar hij verder werkte aan verschillende boeken, opera's en andere projecten, waaronder Der satanarchäolügenialkohöllische Wunschpunsch (de toverdrank, in het Nederlands) dat in 1989 gepubliceerd werd.
Michael Ende in Japan
Michael Ende had als kind al een fascinatie voor Japan. Hij hield van de Japanse legenden en spookverhalen van Lafcadio Hearn en in 1959 schreef hij ook een toneelstuk geïnspireerd door Hearn's werk met de titel Die Päoienlaterne (de Pioenlantaarn) voor de radio, al is het nooit uitgezonden. Hij was gefascineerd door de taal omdat het zo anders was dan het Duits, bijna alsof het een alternatieve manier was om naar de wereld te kijken. Gelukkig hield Japan net zo veel van Ende, en ook daar was hij een groot literair succes. Hij ontmoette Mariko Sato in 1976 in de Bologna Book Fair en zij zou zijn vertaler worden. Samen vertaalden ze echter ook Japanse sprookjes van Kenji Miyazawa naar het Duits en ze werden goede vrienden. Samen bezochten ze Japan een aantal keer, waarvan de eerste keer in 1977, waarbij ze Kyoto en Tokyo bezoeken. In 1986 werd hij ook uitgenodigd om te spreken op het Japanse congres voor internationale jeugdliteratuur in Tokyo en in 1989 werd de expositie 'Michael en Edgar Ende' geopend in verschillende grote Japanse steden. Hij spendeerde twee maanden in Japan. In hetzelfde jaar bloeit de vriendschap uit tot meer en trouwt Michael Ende met Mariko Sato.

Hij blijft verschillende verhalen en theaterstukken produceren tot zijn dood in 1995. In zijn leven is hij dus geïnspireerd door vele grote denkers, verhaaltechnieken en het theater maar ook door de artistieke vrijheid en verhaalcultuur uit Italië en de taal en cultuur van Japan. Op zijn beurt inspireren ook zijn boeken nog steeds vele lezers en zijn boeken zullen lang onderdeel blijven uitmaken van de jeugdliteratuur. In München kun je tegenwoordig het Michael Ende Museum bezoeken op de zolder van de Internationale Jugendbibliothek, waar je meer kunt leren over zijn leven, zijn boeken kunt bekijken, samen met brieven, foto's en persoonlijke voorwerpen.






Opmerkingen